HOE ACCOUNTANTSCLUB NIVRA AFREKENT MET EEN KLOKKENLUIDER

“We zien af van een inhoudelijke reactie”. Aldus Deloitte-woordvoerder Marcel Baas op de vraag of Deloitte wil reageren op de artikelen over de affaire-Verhoef die eerder op deze site zijn gepubliceerd. Het NIVRA dat ook is benaderd geeft bij monde van Berry Wammes aan ‘zeker met een reactie te zullen komen’. Wammes: “Het is een gecompliceerde zaak. We nemen de tijd.”
Leo Verhoef: “In 1998 heb ik een artikel geschreven voor De Accountant, het blad van het NIVRA. Hierin werd de kwestie zijdelings aangestipt. Het stuk staat op mijn website.

Op grond hiervan is er op 28 januari 1998 een gesprek gekomen bij het NIVRA met de commissie Overheidsaccountancy. Dit gesprek ontaardde in een Babylonische spraakverwarring. Men ging niet in op de kern van de zaak. De voorzitter van die commissie, Peter Ierschot, geneerde zich dood. Na afloop van het gesprek zei hij me onder vier ogen dat ik een zaak had en dat ik moest doorgaan met mijn strijd. Maar verder kon hij niets voor me doen, zo voegde hij eraan toe.
Ik heb bij brief aan het NIVRA geklaagd over de gang van zaken rond het gesprek. Als reactie kreeg ik de mededeling dat het bestuur niet wenste te reageren op verdere brieven van mij. Ik bleef ze echter aanschrijven. Toen kwam er vanaf 20 januari 2000 een nieuwe brief van het NIVRA waarin de zin was toegevoegd dat ‘men ervan uitging dat ik met mijn acties zou stoppen’. Toen ik bleef schrijven, werd ik opnieuw uitgenodigd voor een gesprek dat plaatsvond op 16 augustus 2000. Ik had de onderwerpen waarover ik het wilde hebben nauwkeurig voorbereid en toegestuurd. Als reactie daarop kreeg ik te horen dat men het over al die zaken absoluut niet wilde hebben. Het werd een betekenisloos gesprek, want elke poging van mij het gesprek over het echte onderwerp te laten gaan, werd hardhandig ontkracht.
Daarna is er nog een keer contact geweest tussen mij en het NIVRA. Dat was toen de gemeente Zaanstad bij het NIVRA klaagde dat ik steeds riep dat hun jaarrekening niet klopte. Ik werd toen door het bestuur van het NIVRA uitgenodigd en geïntimideerd. Dat gesprek dat plaatsvond op 12 juli 2001 kan het best worden omschreven als een ordinaire scheldpartij. Ook zeiden dat ze bezig waren een tuchtklacht tegen mij op te stellen. Ik reageerde door ze daarmee veel succes te wensen en te zeggen dat een tuchtklacht geen schijn van kans zou maken. Hij is er dan ook niet gekomen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *