Joris Demmink, de kindermisbruikende SG van het Ministerie van Justitie, blijkt op 17 november een symposium te hebben geopend met de titel ‘Het Kind Centraal’ op de rechtbank te Den Haag. Aanleiding voor het symposium [backgrounds] was dat per 1 januari 2010 de sector familie- en jeugdrecht ‘nieuwe stijl’ van deze rechtbank officieel van start gaat. Het symposium is bezocht door ruim 150 vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, het Openbaar Ministerie en de advocatuur, leden van de rechterlijke macht en leerplichtambtenaren. Voorzitter was president Frits Bakker over wie hier meer. Tegen Demmink is thans drie keer aangifte gedaan wegens kindermisbruik; de laatste daarvan loopt nog altijd zoals recent zelfs is erkend door MP Balkenende. Een vierde aangifte is op komst van Robert van de Luitgaarden [backgrounds] die als kind ernstig werd misbruikt door mensen van precies de organisaties die voornoemd symposium organiseerden. Hier ziet u het filmpje dat Robert recent maakte voor JDTV en dat begint met een optreden als net misbruikt kind bij Sonja Barend. Robert heeft nooit compensatie of genoegdoening gekregen. Opvallend is dat het symposium Het Kind Centraal geheel buiten de media is gehouden. Logisch, want anders
zouden wij van JDTV vooraan hebben gestaan met onze camera om Demmink te filmen in zijn glansrol als de man die het ‘kindersymposium’ opende. Maar dat wilde de pedofiel natuurlijk vermijden. De mediastilte ging zelfs zo ver, dat de bijdrage van ombudsman Alex Brenninkmeijer -die forse kritiek uitte op de jeugdzorg- geheel werd ‘losgekoppeld’ van het symposium en als los opiniestuk in De Volkskrant naar buiten werd gebracht. Als aanleiding werd daarbij gekozen voor het ‘twintigjarig bestaan van de Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties’. Zo ver is het in Nederland dus al gekomen, dat een criminele justitie-pedofiel in het geniep kinder-congressen moet openen omdat hij anders wordt exposed! Zelfs met het uitgeven van het persbericht werd tien dagen gewacht: pas op 27 november mochten we vernemen van het kinder-congres dat dus de 17e blijkt te hebben plaatsgevonden. Tijdens de feestelijke borrel na afloop werd nog lang nagepraat. Hoe ziet u bijvoorbeeld de jeugdrechter: staat hij aan het begin of juist aan het einde van de keten van jeugdzorg?

















Nogal logisch, hij houdt echt van kinderen!
http://www.meerdanvoetbal.nl/index.php?id=3&news_index=462
Gatver, gruwel wat een eng land.
Zeer klef allemaal en wat ranzig,
Zijn er misschien lezers die Nederland van binnen uit willen veranderen.
Het is nog niet te laat voor een nieuwe Politieke partij
Alleen lukt het mij nooit,
Ik sta hier voor open en wie heeft die ballen om zich aan te sluiten???
A.u.b alleen serieuze reactie’s en nee niet weer een Wilders partij.
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/s-Gravenhage/Actualiteiten/Symposium+Het+kind+centraal.htm
Symposium Het kind centraal
Den Haag, 27 november 2009 – Op dinsdagmiddag 17 november jl. vond in de Haagse rechtbank het symposium ‘Het kind centraal’ plaats. Het symposium werd georganiseerd omdat per 1 januari 2010 de sector familie- en jeugdrecht ‘nieuwe stijl’ van deze rechtbank officieel van start gaat. Vanaf dat moment zullen alle zaken waarbij jeugdigen betrokken zijn, zowel op het gebied van jeugdstrafrecht, als op het gebied van het jeugdbeschermingsrecht en het familierecht door de sector worden behandeld.
Het symposium is bezocht door ruim 150 vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, het Openbaar Ministerie en de advocatuur, leden van de rechterlijke macht en leerplichtambtenaren.
Dagvoorzitter was de President van de rechtbank. Wegens plotselinge verhindering van de Minister van Justitie, dr E.M.H. Hirsch Ballin in verband met het wekelijkse vragenuurtje, werd het symposium geopend door de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, mr. J. Demmink. Vervolgens presenteerde de sector bij monde van haar voorzitter, mr R.G. de Lange-Tegelaar, haar nieuwe werkwijze. Daarna gaven sprekers met prikkelende inleidingen vanuit het perspectief van hun organisatie hun visie op het thema ‘Het kind centraal’.
De algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming, mevrouw drs M.L. van Kleef, stelde in dit verband de vraag ‘Het kind centraal, wie anders?’. De algemeen directeur Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland, mevrouw drs M.K. Groenberg, kwam met een krachtig: ‘De oplossing centraal’, terwijl de Nationale ombudsman, dr A.F.M. Brenninkmeijer, beroering wekte met zijn ‘De Jeugdzorg lijdt aan een gedragsstoornis’. De procureur-generaal, portefeuillehouder Jeugd, mevrouw mr H.W. Samson-Gerlings, volgde met een genuanceerd betoog onder de titel ‘Less is more, ook in de jeugdketen’. Ten slotte werd door de heer mr E.J.P. Nolet, advocaat in het arrondissement, de rol van ‘goede huisvader’ van jeugdrechtadvocaten belicht en werd er aandacht gevraagd voor de nieuwe Haagse Vereniging voor Jeugdrecht Advocaten.
De middag werd afgesloten met een geanimeerd paneldebat tussen de genodigden en de sprekers. Een aantal van de besproken stellingen: “Kinderen met ernstige en/of complexe problemen vallen buiten de boot omdat het huidige stelsel niet uitnodigt tot maatwerkâ€, “Vermindering van de bestuurlijke drukte in de jeugdketen is een absolute voorwaarde om de zorg voor kinderen beter te regelenâ€en last, but not least: “Het belang van het kind is gediend met duidelijkheid, snelheid en zorgvuldigheid: ketenpartners moeten elkaar daarop kunnen aanspreken.â€
Tijdens de feestelijke borrel na afloop werd nog lang nagepraat. Hoe ziet u bijvoorbeeld de jeugdrechter: staat hij aan het begin of juist aan het einde van de keten van jeugdzorg?
De sector familie- en jeugdrecht ‘nieuwe stijl’ kijkt terug op een geslaagde middag!
Bron: Rechtbank ‘s-Gravenhage
Datum actualiteit: 27 november 2009
@ liteon
En hoeveel hoogopgeleide, hooggeplaatste pedofielen waren aanwezig?
Hebben we hier te maken met een charme offensief van Joris Demmink of zo?
Straks gaat Bas Haan nog een boekje over de man schrijven, dat vervolgens lovend gerecenseerd zal worden door zijn maatje Bas Heijne.
Niemand de link van Frank Black gelezen? Den Bosch, jonge sporters van 10 tot 16 jaar. Opvallend weer op z’n zachts gezegd.
Het hele clubje al gezellig bij elkaar, hoe bedoel je onafhankelijk rechtspraak ?
Tijdens de feestelijke borrel na afloop werd nog lang nagepraat. Hoe ziet u bijvoorbeeld de jeugdrechter: staat hij aan het begin of juist aan het einde van de keten van jeugdzorg?
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18481.pdf
Rapport
Commissie Toedeling
Zaakspakketten
Bijlage 5 Jaarrapportage Fraude 2007/Functioneel Parket Amsterdam
Bijlage 6 Jaarrapportage Fraude 2007/ Functioneel Parket Den Bosch
Bijlage 7 Jaarrapportage Fraude 2007 / Functioneel Parket Rotterdam
Bijlage 8 Jaarrapportage Fraude 2007 / Functioneel Parket Zwolle
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18485.pdf
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18483.pdf
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18482.pdf
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18486.pdf
http://static.ikregeer.nl/pdf/BLG18481.pdf
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2008–2009
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2008
In het overleg dat ik eind vorig jaar met de Tweede Kamer heb gevoerd
over het kabinetsstandpunt inzake de evaluatie van de modernisering van
de rechterlijke organisatie (Kamerstukken II 2007/08, 29 279 en 31 200 VI,
nr. 64 en Handelingen II 2007/08, blz. 2425–2427) heb ik aangegeven
binnen afzienbare tijd tot een herziening van de gerechtelijke kaart van
Nederland te willen komen. De burger in Nederland heeft recht op kwalita-
tief goede rechtspraak en om dit ook in de toekomst te kunnen blijven
waarborgen is een aanpassing van de huidige indeling van Rechtspraak
en OM, die stamt uit de negentiende eeuw, nodig.
Ik verwacht in de loop van 2009 een concreet voorstel voor de nieuwe
kaart te kunnen doen. In deze brief geef ik, vooruitlopend daarop, reeds de
visie van het kabinet op de nieuwe kaart weer. U leest achtereenvolgens:
1. het historisch perspectief
2. de overwegingen voor een herziening
3. de visie op een nieuwe gerechtelijke kaart
4. de visie nader toegelicht per organisatie
5. de te nemen vervolgstappen
1. Het historisch perspectief
De gerechtelijke kaart gaat over de indeling van de Rechtspraak en het
openbaar ministerie (OM), zowel bestuurlijk als territoriaal. De huidige
gerechtelijke kaart heeft een lange geschiedenis. Napoleon Bonaparte
stelde per decreet in 1811 al de indeling in arrondissementen vast. De
hoofdstructuur van negentien arrondissementen en vijf ressorten is
vervolgens sinds de Wet op de rechterlijke indeling van 1951 grotendeels
dezelfde gebleven1. Echter, vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw
hebben de gerechten en het OM diverse moderniseringen doorgemaakt.
1
Wel vond per 1 januari 2002 een belangrijke Ieder met een eigen invulling en een eigen tempo, maar in dezelfde rich-
wijziging plaats toen met de Wet organisatie ting. Hieronder schets ik de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen
en bestuur gerechten de 62 kantongerechten
tijd.
bestuurlijk zijn ondergebracht bij de 19 recht-
banken en daarmee een einde kwam aan de
indeling in kantons.
KST126551
0809tkkst29279-85
ISSN 0921 – 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2008 Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 1
Naar één organisatie met centrale sturing
In 1998 is met het rapport van de Adviescommissie toerusting en organi-
satie zittende magistratuur (Commissie Leemhuis) het startschot gegeven
voor een modernisering van de rechterlijke organisatie, die resulteerde in
een ingrijpende wijziging van de organisatie van de Rechtspraak. Met de
inwerkingtreding van de Wet organisatie en bestuur gerechten op
1 januari 2002 is binnen de gerechten een nieuw bestuursmodel geïntro-
duceerd: het gerechtsbestuur, bestaande uit de president, de sector-
voorzitters en de directeur bedrijfsvoering. Het gerechtsbestuur is inte-
graal verantwoordelijk voor alle aangelegenheden van het gerecht.
De toen opgerichte Raad voor rechtspraak heeft een sturende rol op
beheer- en bedrijfsvoeringterrein. De Raad vertegenwoordigt de Recht-
spraak naar buiten toe en draagt zorg voor de interne afstemming en
coördinatie. Naast een adviesfunctie bij nieuwe beleids- en wetsvoor-
stellen heeft de Raad een belangrijke taak in de vergroting van de juridi-
sche kwaliteit.
Het OM is in de jaren negentig omgevormd tot één organisatie onder
leiding van het College van procureurs-generaal. Met de reorganisatie van
het OM in 1995–1998 zijn er heldere bestuurlijke lijnen van het College
naar de parkethoofden vastgelegd en is er voldoende ruimte gegeven
voor de hoofden van de arrondissementsparketten om hun organisatie in
te richten.
Verbetering prestaties en meer ketenoriëntatie
De afgelopen jaren is het accent binnen de organisaties van de Recht-
spraak en het OM meer komen te liggen op het optimaliseren van de
eigen organisatie en het bezien van de eigen organisatie in een steeds
complexer wordende omgeving.
De Commissie evaluatie modernisering rechterlijke organisatie (Commis-
sie Deetman) stelde in 2006 dat het centrale thema voor de Rechtspraak
kwaliteitsbevordering is1. Stimulansen voor deze kwaliteitsbevordering
kunnen zowel binnen als buiten de organisatie gevonden worden.
In 2002 heeft de Raad voor de rechtspraak al een begin gemaakt met de
ontwikkeling van een gemeenschappelijk en overkoepelend kwaliteits-
systeem voor de rechtspraak: RechtspraaQ. In het jaarverslag van de Raad
voor de rechtspraak over 2007 (Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VI,
nr. 182) zijn de eerste tastbare resultaten zichtbaar van de in 2007 opge-
stelde kwaliteitsnormen.
Daarnaast worden er vanuit de omgeving steeds hogere eisen gesteld aan
de kwaliteit van rechtspraak. Met de kwaliteit van rechtspraak doel ik op
de juridische (inhoudelijke) kwaliteit van rechterlijke uitspraken. Kwaliteit
van rechtspraak gaat echter ook over de dienstverlening van de gerech-
ten. Ik noem als voorbeeld de snelheid van procedures en de bejegening
van klanten (justiabelen en ketenpartners).
Door de toenemende complexiteit in de samenleving is er de laatste jaren
sprake van een sterke differentiatie in het zaaksaanbod. Het merendeel
van de zaken die de Rechtspraak behandelt zijn standaardzaken maar
daarnaast is er een groot deel niet-doorsnee zaken die vragen om specia-
listische kennis. Deze tendens is zichtbaar binnen het OM en de advoca-
tuur en heeft geleid tot specialisatie binnen die instituties. In de tweede
plaats leidt zaaksdifferentiatie, ook bij de Rechtspraak, tot een grotere
oriëntatie op ketenpartners. Niet de mogelijkheden van de individuele
organisatie maar effectieve dienstverlening aan de burger wordt centraal
1 gesteld.
Rechtspraak is kwaliteit. Eindrapport
Commissie evaluatie modernisering rechter-
lijke organisatie. Den Haag, december 2006.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 2
Binnen het OM heeft onder andere de toenemende vraag naar specifieke
kennis op deelgebieden in 2004 geleid tot een veranderingsstrategie
vanuit twee leidende gedachten. Allereerst de verwachting dat de presta-
ties van het OM als geheel worden verhoogd door een nadrukkelijker
onderscheid te maken tussen de behandeling van zaken die maatwerk
vereisen en standaardzaken. Daarnaast is aangegeven dat het OM beter
kan presteren door de kwetsbaarheid van de kleinere parketten te vermin-
deren door schaalvergroting.
Dit heeft geleid tot concernvorming bij het OM. Er is een Landelijk Parket
opgericht voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en een Func-
tioneel Parket voor de bestrijding van criminaliteit op het gebied van
milieu, economie en fraude. Kennis over de verkeershandhaving is gecon-
centreerd bij het Bureau Verkeershandhaving en over ontneming bij het
Bureau Ontneming. Op het terrein van de bedrijfsvoering is er een Dienst-
verlening OM opgericht met shared service diensten. Tenslotte is een
Centrale Verwerkingseenheid opgericht voor de afhandeling van standaard-
zaken.
Naast al deze ontwikkelingen zullen de negentien arrondissementsparket-
ten vanaf 1 januari 2009 samenwerken in elf regio’s. Hieronder in para-
graaf 4 licht ik deze regionalisering bij het OM nader toe. In 2004 heeft
mijn ambtsvoorganger uw Kamer reeds ingelicht over deze organisatie-
ontwikkeling binnen het OM en met de vaste commissie voor Justitie
hierover gesproken (Kamerstukken 28 684, nrs. 25, 30, 37 en 47).
Conclusie
Ik concludeer dat de afgelopen vijftien jaar de organisaties van de Recht-
spraak en het OM stevige moderniseringen hebben doorgemaakt. Van vrij
zelfstandige eenheden heeft er een ontwikkeling plaatsgevonden naar
landelijk werkende organisaties die de kwaliteit van hun taakuitoefening,
een effectieve dienstverlening aan de burger, hoog in het vaandel hebben.
De organisatieontwikkeling stopt wat mij betreft hiermee niet. In de
volgende paragraaf leest u mijn overwegingen.
2. Overwegingen voor een herziening
Alvorens op deze overwegingen in te gaan merk ik op dat het werk van
rechters en officieren van justitie anno 2008 in grote mate verschilt van
het werk in de tijd dat de kaart is getekend. Mijn verwachting is dat door
verdere digitalisering vele aspecten van de gerechtelijke procedure zullen
veranderen. Het beeld van rechters en officieren van justitie achter dikke
papieren dossiers zal steeds meer gaan plaatsmaken voor digitale
dossiers en zittingen met videoconferenties.
In de omgeving van Rechtspraak en OM, bij de overige juridische beroeps-
groepen, is bovendien de structuur van negentien arrondissementen
steeds minder bepalend geworden. Gerechtsdeurwaarders hebben
vanaf 2001 een landelijke bevoegdheid. Vanaf 1 september 2008 is in de
advocatuur het verplichte procuraat afgeschaft. Hierdoor kunnen advo-
caten in civiele zaken zonder tussenkomst van een procureur procederen
in een ander arrondissement dan waar ze kantoor houden.
Een herziening van de gerechtelijke kaart in Nederland past bovendien
binnen een bredere Europese tendens, zoals blijkt uit een onlangs ver-
schenen rapport van de Raad van Europa1. Denemarken heeft net een
omvangrijke herziening achter de rug en in Frankrijk staat een modernise-
ring prominent op de agenda. De aanleiding voor deze herzieningen ligt
bij een toegenomen differentiatie van het zaaksaanbod en een toene-
1 mende behoefte aan specialisatie en concentratie. De ontwikkelingen in
European judicial systems, edition 2008.
Zie: http://www.coe.int/t/dg1/ het buitenland laten zien dat Nederland niet alleen staat in de behoefte
legalcooperation/cepej/default_;EN.asp
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 3
om de gerechtelijke organisatie door te ontwikkelen om te kunnen blijven
voldoen aan de hoge kwaliteitseisen.
Overwegingen voor de Rechtspraak en het OM
Voor een herziening van de gerechtelijke kaart van Rechtspraak en OM
hanteer ik de volgende overwegingen:
1. De toenemende behoefte aan specialisatie. Uit het hierboven beschre-
ven historisch perspectief wordt duidelijk dat Rechtspraak en OM
moeten specialiseren om niet-doorsnee zaken goed te kunnen blijven
doen. Als een rechtbank of arrondissementsparket te weinig van die
zaken krijgt, kan dat op termijn ten koste gaan van de kwaliteit van de
rechtspraak. Het gevaar bestaat dan dat rechters en officieren van
justitie zich door het geringe aanbod van dat type zaken onvoldoende
kunnen specialiseren. Voor specialisatie is een bepaald volume van
zaken, mensen en middelen nodig.
2. De kwetsbaarheid van de kleinere gerechten en parketten, in het
primaire proces en in de bedrijfsvoering. De door de Raad voor de
Rechtspraak ingestelde Commissie Van der Winkel constateert in haar
eindrapport1 een kwetsbaarheid in de eenheden van Rechtspraak. Niet
alle gerechten zijn groot genoeg om in het primaire proces voor alle
rechtsgebieden te voorzien in de noodzakelijke diepgaande kennis (in
relatie tot voldoende volume). In de bedrijfsvoering kan niet op alle
terreinen van de organisatie de gevraagde kwaliteit worden geleverd
voor een redelijke prijs.
Beide overwegingen zijn voor het OM aanleiding geweest om enerzijds
landelijke organisatie-eenheden op te richten voor specialistische terrei-
nen (zie hierboven onder paragraaf 1) en anderzijds te gaan «regionali-
seren». Deze ontwikkelingen waren vooral ingegeven door de gedachte
dat de organisatie beter functioneert als deze in lijn is gebracht met de
werkprocessen.
Anno 2008: aanvullende overwegingen voor de Rechtspraak
Binnen de Rechtspraak is het gesprek over specialisatie en vermindering
van kwetsbaarheid van organisatieonderdelen pas later gestart omdat de
urgentie voor de Rechtspraak daartoe in 2004 nog niet aan de orde was.
Anno 2008 zijn er echter aanvullende overwegingen waarom ik een herzie-
ning van de indeling van de Rechtspraak thans wel nodig acht. Dit betreft
de volgende punten die van toepassing zijn op de Rechtspraak:
3. De geringe instroom van zaken in de bestuurssectoren maakt een
herinrichting van de bestuursrechtspraak in eerste aanleg urgent. De
Raad voor de rechtspraak heeft in 2007 de Commissie Toedeling Zaaks-
pakketten ingesteld. Deze Commissie beveelt in haar rapport2 van juni
2008 aan alle bestuursrechtelijke zaken in eerste aanleg bij elf recht-
banken te concentreren (bijlage 1). Binnen de Rechtspraak wordt
momenteel besproken hoe om te gaan met de conclusies uit dit eind-
rapport. Dit zal in 2009 leiden tot een advies van de Raad voor de
rechtspraak.
4. De wens tot een versterking van de bestuurskracht van de Recht-
spraak. De Commissie evaluatie modernisering rechtspraak gaf in haar
eindrapport als uitdaging voor de rechtspraak voor de komende jaren
1 om de ontwikkeling door te maken van beheren naar besturen. Doel-
Goede rechtspraak door sterke regio’s.
Eindrapport Commissie Van der Winkel, Den matig bestuur vereist dat er niet te veel te besturen eenheden zijn. In
Haag, oktober 2006. de huidige bestuurlijke constellatie van de rechtspraak is er sprake van
2
Specialisatie, concentratie en kwaliteit van relatief veel bestuurders (ongeveer 150 bestuurders op in totaal circa
rechtspraak. Rapport Commissie Toedeling
2000 rechterlijke ambtenaren en circa 6500 gerechtsambtenaren).
Zaakspakketten. Den Haag, juni 2008. Ter
inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt
Tweede Kamer.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 4
Relatie met Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), de beroepsvereni-
ging van rechters en officieren van justitie, riep in juli van dit jaar in haar
advies over het conceptwetsvoorstel Evaluatie modernisering rechterlijke
organisatie al op tot een visie op de spreiding van de Rechtspraak in
Nederland (zie bijlage 2).1 Genoemd wetsvoorstel bevat, naast vele
andere zaken, samenwerkingsbepalingen voor de gerechten. De NVvR
pleit voor éérst een herziening van de gerechtelijke kaart en vervolgens
beantwoording van de vraag of samenwerkingsbepalingen dan nog
wenselijk en nodig zijn.
Ik zie net als de NVvR inhoudelijke verbondenheid tussen het wetsvoorstel
en de herziening van de kaart. De volgtijdelijkheid van beide trajecten zie
ik anders. Het wetsvoorstel, dat begin volgend jaar wordt aangeboden aan
de Raad van State en naar verwachting in het voorjaar van 2009 aan uw
Kamer, biedt mogelijkheden om bestaande knelpunten alvast te kunnen
oplossen én het biedt mogelijkheden om op termijn voorbereidingen te
treffen voor de implementatie van een nieuwe gerechtelijke kaart.
Ik deel de opvatting van de NVvR dat een visie van het kabinet op de
gerechtelijke kaart nodig is en die visie geef ik dan ook in de volgende
paragraaf.
3. De visie op een nieuwe gerechtelijke kaart
Vanuit bovenstaande overwegingen heb ik advies gevraagd aan de Raad
voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal over de
herziening van de gerechtelijke kaart. De Raad geeft in zijn reactie van
medio juli dit jaar aan in gesprek te zijn met de gerechtsbesturen over de
herziening van de gerechtelijke kaart (bijlage 3).1 Ook de nadere besluit-
vorming over het eerder genoemde rapport van de Commissie Toedeling
Zaakspakketten maakt dit nodig. Het College geeft mij in zijn advies
(bijlage 4)1 als aandachtspunt mee te streven naar congruentie in de keten
op meerdere gebieden, te weten: geografisch, inhoudelijk en bestuurlijk.
Mede op basis van de adviezen van de NVvR, de Raad voor de recht-
spraak en het College van procureurs-generaal heb ik mijn visie opge-
steld. Die bevat drie hoofdlijnen waarbij de kwaliteit van de rechterlijke
organisatie voorop staat. De herindeling van de gerechtelijke kaart heeft
immers tot doel om nu, en in de toekomst, kwalitatief goede rechtspraak
te kunnen waarborgen.
De bestuurlijke indeling
Specialisatie en deskundigheidsbevordering vragen om een groter
volume van zaken, mensen en middelen dan binnen het huidige bestel
van negentien bestuurlijke eenheden mogelijk is. Ik zie bestuurlijke schaal-
vergroting als het instrument dat oplossing biedt. Dit zal in mijn visie op
termijn resulteren in een nieuwe indeling van de gerechtelijke kaart in
rechtsgebieden waarbij in een gebied één of meerdere locaties voor
Rechtspraak zijn, bestuurd vanuit een gedeeld bestuur. Een voorbeeld van
een dergelijke samenwerking is het gerecht in het huidige arrondissement
Zwolle/Lelystad dat één gerechtsbestuur heeft voor feitelijk twee locaties:
Zwolle en Lelystad.
De elf regio’s waar het OM vanaf 2009 mee gaat werken kunnen als
leidraad dienen.
Het locatiebeleid
1
Ter inzage gelegd bij het Centraal Informa- Voor wat betreft het locatiebeleid ga ik uit van ten minste locaties voor
tiepunt Tweede Kamer. Rechtspraak in de hoofdsteden van de provincies en de tien grootste
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 5
gemeenten van Nederland. Bereikbaarheid en continuïteit kunnen bepa-
lend zijn voor het aanwijzen van andere locaties.
Bestuurlijke schaalvergroting resulteert in minder gerechtsbesturen maar
dus duidelijk niet in minder hoofdlocaties voor rechtspraak. De justiabele
heeft belang bij de kwaliteitsbevordering die wordt voorzien met de
nieuwe gerechtelijke kaart maar de justiabele heeft ook belang bij goede
geografische bereikbaarheid van rechtspraak. Geografische bereikbaar-
heid is daarnaast ook van belang voor de ketenpartners van de Recht-
spraak in verband met de uitvoering van een effectief veiligheidsbeleid.
De omgeving
Voor Rechtspraak en OM zijn de advocatuur, de politie en het decentrale
bestuur belangrijke ketenpartners. Het uitgangspunt is dat buitengrenzen
van Rechtspraak, OM politie en veiligheidsregio’s congruent aan elkaar
zijn. Wanneer de indeling van politie, OM en Rechtspraak op elkaar
aansluiten kunnen deze organisaties in de veiligheidsketen veel effectiever
met elkaar samenwerken. Op het bestuurlijke niveau maar met name op
het operationele niveau waar de zaken daadwerkelijk worden afgehan-
deld. In mijn visie moeten rechters en officieren van justitie op lokaal
niveau met hun ketenpartners blijven zorgdragen voor maatwerk en
goede dienstverlening aan burgers.
4. De visie nader toegelicht per organisatie
Hieronder licht ik de visie nader toe. Uitgangspunt blijft de wettelijk vast-
gelegde territoriale congruentie van de indeling van Rechtspraak en OM.
Hieronder ga ik eerst in op de «eerstelijnsorganisatie» van Rechtspraak en
OM. Daarbij ga ik in op zowel de bestuurlijke indeling als het locatiebeleid.
Aangezien ik Rechtspraak en OM vanuit het ketenperspectief bezie ga ik
hieronder vervolgens ook in op de relatie tussen OM en de politie. Tot slot
komen de ressorten aan bod.
Rechtspraak
Voor nu en in de toekomst hecht ik veel waarde aan een kwalitatief goede
rechtspraak. Om dat te kunnen blijven waarborgen, nu en in de toekomst,
is het in de eerste plaats nodig dat er sprake is van specialisatie en/of
concentratie van zaken op bepaalde terreinen. In de tweede plaats is het
nodig dat deskundigheid van rechtspraak is gewaarborgd.
Zowel specialisatie als deskundigheidsbevordering is pas goed mogelijk
bij een bepaald volume van zaken, mensen en middelen. Ik gaf al aan de
huidige constellatie van negentien eenheden hiervoor een te beperkte
schaal te vinden. Bestuurlijke schaalvergroting biedt de mogelijkheid om
de Rechtspraak daarvoor wel voldoende uit te rusten. Doordat het volume
van zaken groter wordt kan de kwaliteit beter worden gewaarborgd en is
specialisatie mogelijk. Het primaire proces en de bedrijfsvoering zijn dan
minder kwetsbaar door uitval van mensen. Een groter aantal middelen
biedt de dan te formeren gerechtsbesturen kortom meer ruimte en flexibi-
liteit, en de gelegenheid om bestuurskracht te tonen.
Met betrekking tot die vestigingsplaatsen van de Rechtspraak is mijn
uitgangspunt dat rechtspraak in elk geval moet blijven plaatsvinden in de
hoofdsteden van de provincies en de tien grootste gemeenten. Bereik-
baarheid en continuïteit kunnen bepalend zijn voor het aanwijzen van
andere locaties. Binnen de nieuwe rechtsgebieden worden aldus locaties
aangewezen waar een gebouw is voor rechtspraak met zittingszalen en
werkkamers voor rechters en juridisch medewerkers. De praktische
uitwerking zal worden afgestemd met andere indelingen op de kaart van
Nederland.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 6
OM
In paragraaf 1 wees ik reeds op de ingezette richting van regionalisering
bij het OM. Vanaf 1 januari 2009 zal binnen het OM gewerkt gaan worden
met elf regio’s met behoud van de arrondissementale structuur. De regio’s
zullen worden bestuurd door een regiomanagementteam dat bestaat uit
de «regiohoofdofficier» van justitie, de lokale hoofdofficieren van justitie,
indien aanwezig de fungerende hoofdofficier van justitie, en een directeur
bedrijfsvoering. Elke hoofdofficier blijft zijn gezagsmatige rol vervullen in
de aansturing van de politie en als gesprekspartner van de korpsbeheer-
der. Het is dus een interne aanpassing waar de directe omgeving van het
OM geen last van mag hebben.
Met de komst van elf regionale samenwerkingsverbanden heeft het OM
zijn primaire taken op drie niveaus georganiseerd. Landelijk met het
Landelijk en het Functioneel Parket, regionaal met de regionale samen-
werkingsverbanden en lokaal met de arrondissementsparketten.
Uitgangspunt blijft dat in elke politieregio het OM op adequate wijze is
vertegenwoordigd in het regionaal college (het bestuur van de politie-
regio) en de regionale driehoek. Het OM biedt met deze interne nieuwe
structuur flexibiliteit in de eigen organisatie om zich aan te kunnen passen
aan ontwikkelingen in de omgeving van het OM.
Ten aanzien van het locatiebeleid blijft het OM gevestigd op de hoofd-
vestigingsplaatsen van de Rechtspraak. Daarbuiten streeft het OM naar
voldoende aanwezigheid in de gebieden waar «werk aan de winkel» is. Dit
is onder andere te zien in de belangrijke bijdrage die het OM levert in de
Veiligheidshuizen. Het OM blijft uiteraard zijn rol vervullen als voorzitter
van de Arrondissementale Justitiële Beraden.
OM en politie
Het kabinetsstandpunt over het politiebestel zal één dezer dagen aan uw
Kamer worden verstuurd. In het politiebestel worden enkele belangrijke
stappen gezet in dezelfde richting als de herindeling van de gerechtelijke
kaart. Dit betreft in ieder geval de bovenregionale samenwerking van de
politiekorpsen. De ontwikkelingen in het politiebestel en de herindeling
van de gerechtelijke kaart versterken elkaar.
Het uitgangspunt van het kabinet is dan ook congruentie van de buiten-
grenzen van Rechtspraak, OM, politie en veiligheidsregio’s aan elkaar. Het
OM biedt met de regionalisering de nodige flexibiliteit om zich te kunnen
aanpassen, ook aan ontwikkelingen in het politiebestel.
Ressorten
Bestuurlijke schaalvergroting op het arrondissementale niveau heeft naar
verwachting ook gevolgen voor de ressorten. Ik acht het goed mogelijk
dat wanneer sprake is van een verkleining van het aantal te besturen
eenheden bij Rechtspraak en OM in de «eerstelijnsorganisatie», dit ook op
het ressortelijke niveau het geval zal zijn. Overwegingen als specialisatie,
kwetsbaarheidvermindering en deskundigheidsbevordering spelen
immers ook daar. De vraag naar de consequenties voor de ressorten wil ik
daarom opnemen in het concrete voorstel voor de nieuwe kaart.
5. Vervolgstappen
De komende periode zal het OM ervaring opdoen in het regionale model
en de discussie rondom het politiebestel zal zich uitkristalliseren. Binnen
de Rechtspraak zal de komende maanden uitsluitsel worden gegeven over
bestuurlijke schaalvergroting en de consequenties van het locatiebeleid.
Daarnaast wil de Rechtspraak ervaring opdoen in verdergaande samen-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85 7
werking. De besturen van de rechtbanken Groningen en Assen hebben
aangegeven intensiever te willen gaan samenwerken, mogelijk op termijn
uitmondend in bestuurlijke samenvoeging van beide rechtbanken. Zij
dienen naar de mening van de Raad voor de rechtspraak en de Presiden-
tenvergadering daartoe de mogelijkheid te krijgen. Ik juich deze ontwikke-
ling toe en zie de samenwerking tussen de gerechtsbesturen van
Groningen en Assen als een eerste stap in de richting van bestuurlijke
schaalvergroting. In het wetsvoorstel Evaluatie modernisering rechterlijke
organisatie zal de mogelijkheid worden gecreëerd dat gerechten hun
bestuur kunnen delen.
Ik blijf de komende periode met Raad en College in gesprek over de
herziening van de gerechtelijke kaart. Ik ben voornemens om, nadat ik uw
Kamer in de loop van 2009 heb geïnformeerd over het concrete voorstel
van de herziening, de uiteindelijke voorstellen op te nemen in een wets-
voorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart.
De hierboven weergegeven visie is mijn uitgangspunt voor het gesprek
met én binnen de Rechtspraak en OM over de gerechtelijke kaart in de
komende periode. De afgelopen maanden heb ik deze uitgangspunten
besproken met de NVvR en met bestuurders van diverse stakeholders van
Rechtspraak en OM. Ik zal graag met u in overleg treden over de hier-
boven beschreven visie.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 279, nr. 85
2200 telefoontaps per dag, en geen enkele tap die opheldering verschaft in de demminkzaak.
http://www.tessonome.com/?p=3907#respond
Dat belooft wat!
Cold Turkey (57)
vrijdag 27 november 2009
Voor de luie lezers even terug naar de lange bijdrage van onze Turkse collega Burhas Kazmali in de vorige aflevering van deze serie. En dan met name naar de uitspraken van Necdet Menzir. Als voormalig smurfenchef van Istanbul en ex-minister van transport geen figuur om achteloos mee te geven aan medewerkers van een recyclingbedrijf. Wat verklaarde deze Menzir precies over onze ouwe trouwe secretaris-generaal van Justitie, Joris Demmink? Komt ie:
” … De naam van die man heb ik erg vaak gehoord. Ik kan me de exacte datum niet meer herinneren, maar in die jaren verzorgde onze veiligheidsdienst zijn beveiliging. In het verleden, ook al in de jaren voor 1995, hoorde ik af en toe dat hij weer in Turkije was geweest (1). Ik vermoed dat hij een nauwe band met Turkije had, maar waarom wisten wij niet. Wilden wij ook niet weten. Voor zover mij bekend deed hij onderzoek in de zaak Baybasin en hield hij zich bezig met onderzoek naar diens bezittingen en vermogen in Turkije. Op dit moment wil ik geen namen noemen, maar hij schijnt gesprekken te hebben gevoerd met politici van destijds, leiders op het hoogste ministeriële niveau en met een aantal mensen van de MIT. Zelfs als bij gesprekken met collega’s, die inmiddels niet meer tot de organisatie behoren wegens pensionering of overplaatsing, deze onderwerpen aan de orde kwamen, vroegen wij ons af wat die Demmink toch van plan was. En waarom hij zich persoonlijk toch zo bezighield met Turkije.
Ik wil mij hierin ook niet al te veel verdiepen, want de waarnemingen waren vaak niet erg chique. Het ging om zaken die niet zouden moeten gebeuren. Maar helaas hebben sommige collega’s binnen onze organisatie voor deze persoon een aantal diensten verricht. U mag ze zelf benoemen. Zelfs in die jaren spraken wij al van een PEDOFIEL. Mijn opvoeding staat mij niet toe om dit uit te spreken. Ik heb hem trouwens maar een of twee keer gezien en kort met hem gesproken. Maar dat ging uitsluitend . En zoals ik al zei: ik had niets met dat onderzoek te maken”.
Kan je met een beetje kwaaie wil zeggen dat bovenstaande verklaring berust op hear-say. Maar gevoegd bij de verpletterende verklaringen van zijn vroegere ondergeschikte Mehmet K. en van de jeugdige Mustafa Y., met wie Demmink zowel in Istanbul als Bodrum zou hebben gehopst, en je hebt voldoende info om die luitjes voor een officieel verhoor naar Nederland te halen. En Joris voor de duur van het onderzoek tijdelijk aan te stellen als badmeester in Den Bosch.
Overigens zag onze justitietopper de bui wel degelijk hangen. Kort na publicatie van Kazmali’s artikel in Turkije belde hij de zich in Dubai ophoudende Menzir op met de vraag waarom die had uitgepakt tegenover Kazmali. Menzir antwoordde dat hij dergelijke smerige zaken niet wilde meenemen in zijn graf (2). De Haagse hopper verzocht Menzir vervolgens om in ieder geval zijn uitlatingen over hem publiekelijk in te trekken. Menzir heeft toen de verbinding verbroken. Is dat effe heftig of is dat heftig? Stay tuned.
1. Toen was onze kindervriend respectievelijk directeur-generaal rechtspleging en directeur-generaal internationale aangelegenheden en vreemdelingenzaken.
2. Menzir werd toen behandeld tegen kanker.
bron: http://www.stelling.nl/kleintje/actueel.html
Vandaag in de regionale kranten van de Stentor coverstory over kinderporno: steeds vaker live op internet. Politie staat machteloos.
Steeds vaker moet ik denken aan die Hollywood film waarin een aantal rechters voor eigen… rechter gaan spelen. Zaken die ze niet rond kunnen krijgen besteden ze uit… zodat er alsnog
korte metten gemaakt wordt met de overduidelijke verdachten. Is het tijd voor een echte Batman of Superman die zaken op orde stelt in deze compleet maffe wereld?
Als we het krantenartikel in de Stentor lezen bekruipt ons het gevoel dat de onderzoekers (bureau Beke in Arnhem) zelf nogal naief aan de klus zijn begonnen. Ze schrikken er zelf van dat het om “procenten” gaat van de samenleving die kinderporno download.
De doelgroep wordt als vereenzaamde, contactgestoorde mannen en veel hoogopgeleide (!) mensen omschreven. Dit zijn typische psychologische gedragsomschrijvingen waarmee, zoals gebruikelijk in de psychologie, ten onrechte gesuggeerd wordt dat dit ook de achterliggende problematiek is. Zo wordt ook een ‘ongelukkig leven’ als oorzaak opgevoerd.
We praten uiteraard over neurologische stoornissen waardoor mensen verkeerd op prikkels reageren. Dit onstaat bijvoorbeeld doordat hersencellen op een verkeerde (ongewenste) manier met elkaar verbonden zijn. Mogelijk te vergelijken met mensen die aan synesthesia lijden.
@ liteon
Wilde je iets duidelijk maken misschien?
@ tess
Bij Micha in de leer geweest? je argumenten onderbouwen met links naar eigen publikaties? (Hee, en daaronder reageren op je eigen posting, hoe leip is dat?)
@ coosie
Laten we 2007 nog eens over doen!
Waar was je al die tijd?
Aardig bedoeld wellicht, maar oud nieuws is hier meer dan bekend.
Check de archieven, maar post ze niet s.v.p.
@ Charles
“Is het tijd voor een echte Batman [...]”
Gefeliciteerd, u mag ook meedoen aan de Lynch Mob. U heeft met succes eeuwen beschaving over boord gezet!
Melden bij de Grote Grot (Bat cave), voor knuppels wordt gezorgd.
(Eigen berevel meebrengen, verstand thuis laten)
@ Alex F. Reuter
Welke beschaving?
zuidlaren –
In zorghoeve Diogenes in De Groeve heerst een sfeer van angst en wantrouwen, waarbij verstandelijk gehandicapten zijn opgesloten, met hun kleren aan onder de koude douche zijn gezet en op andere manieren zijn geïntimideerd.Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
http://www.dvhn.nl/nieuws/noorden/drenthe/article5488775.ece/Opsluiting-en-angst-in-zorghoeve-De-Groeve
@Alex F. Reuter rot aub op van deze site. Niemand is geinteresseerd in je gezeik.. Vanwaar die dubbele voornaam? Arrogantie?
Soms wel 18 instellingen bezig met één Emmer gezin
http://www.dvhn.nl/nieuws/noorden/drenthe/article5491683.ece/Soms-wel-18-instellingen-bezig-met-%C3%A9%C3%A9n-Emmer-gezin
@ Charles: “We praten uiteraard over neurologische stoornissen waardoor mensen verkeerd op prikkels reageren.”
Svp oppassen met dit soort suggestieve berichtgeving. Er wordt al meer dan genoeg kwetsende en ronduit stuitende onzin over mensen met autisme (waar dit duidelijk over gaat) geschreven. Autisten zijn in de regel MINDER geneigd tot geweld en criminaliteit, niet MEER!
@ontwaakt
Ik had het niet over autisten maar over pedeofielen en pedoseksuelen.
deDeurs – Het kloppende kruis van de gevestigde orde:
http://www.lucaswashier.nl/?p=11063
@ Rudolf Paul !!!
@ boks
@ Rudolf Paul !!!
@ aart-liberty / AIRVD ??
Niemand begrijpt toch iets van dergelijke stupide postings.
Ga zo door. lullo.
@ petje
Ik ben het helemaal niet met je eens, dat niemand geïnteresseerd is in het gezeik van Alex F. Reuter. Je moet niet persoonlijke meningen verwarren met het denken van anderen. Daar heeft een dubbele voornaam en arrogantie ook helemaal niks mee te maken.
De hypocrisie van de overheid is inderdaad enorm. Het minste wat de Nederlandse overheid in de zaak Demmink zou kunnen doen, is (zoals dat ook in andere zaken gebeurt) een grondig onderzoek instellen.
Maar een onderzoek in eigen kringen mag blijkbaar niet worden gevoerd en blijkbaar zijn de media verplicht om deze kwestie zonder verdere vragen in de doofpot te laten steken.
Van een ‘grondwettelijke scheiding der machten’ is dus geen sprake. Men zou beter spreken van een ‘grondwettelijke vriendjespolitiek der machten’.
Deze reactie hoort eigenlijk bij Peter de Vries: dat was het!. Maar aangezien die gesloten is kun je hier eindelijk PR de Vries’ schunnige emails lezen met een redactrice van de NOS.
Onderwerp: foto Van: “Monique T.” Monique.T.@nos.nlAan: prdv@xs4all.nl “Datum: Wo, 12 juli, 2006 16:14
“Als jij er weer bent de 25e is contact zo wie zo makkelijker. Bel ik je lekker een keer op als ik denk dat je aan de lunch zit in je nieuwe kantoor. Heb overbelichte foto van spleetje meegestuurd. Hoop niet dat de familie in de buurt is als je die opent…..pas dus even op…. Geen beautyshot hoor maar ik wilde hem je niet onthouden. Je ziet zelfs nog een bloedvlekje van mijn iets te enthousiaste scheerparij….Spleetje mist pik. Echt niet normaal. Kan er zo over fantaseren hoe pik er weer voor het eerst inglijdt straks…… ”
http://stevenbrown.web-log.nl/stevenbrown/2009/12/rechtsstaat-aan.html
Morgen komt PR de Vries met beelden van het rechercheverhoor van Joran in maart 2008 dat hem kennelijk door het OM toegespeeld is toegespeeld..
DOOFPOTPOLITIEK KINDERMISBRUIK – ZAAK ZANDVOORT
In de plenaire vergadering van 6 november 1997 waarin hem om uitleg werd gevraagd omtrent het Temse-netwerk dat door de Werkgroep Morkhoven in 1990 werd ontdekt, verklaarde de Belgische justitieminister Stefaan De Clerck die toen voor een eerste keer Minister van Justitie was maar die tengevolge van een incident in de zaak Dutroux moest aftreden, het volgende:
« Op basis van een brede waaier aan documentatie, ben ik tot de conclusie gekomen dat het onderzoek behoorlijk, volledig en met alle mogelijke middelen werd gevoerd. Daarenboven gebeurde dit met alle internationale autoriteiten en landen die met deze zaak in verband konden worden gebracht.
Om terug te komen op de inleiding: ik citeer de eindparagraaf van de procureur-generaal: ‘Ik hou eraan u hierbij mijn slotbedenking met betrekking tot de door de VZW Werkgroep Morkhoven in de mediabelangstelling gebrachte problematiek over te maken. Deze Vereniging blijft blijkbaar de gerechtelijke en politieke instanties overstelpen met klachten en met de meest fantasierijke verhalen, teneinde het parket, het onderzoek en de rechtbank in een slecht daglicht te stellen; getuige daarvan hun talloze protestbrieven u reeds wel bekend. De VZW Morkhoven maakt daarbij handig gebruik van het feit dat de problematiek inzake pedofilie thans zeer gevoelig ligt bij de publieke opinie, zich daarbij opwerpend als een witte ridder die de strijd aanbindt tegen dergelijke praktijken. In werkelijkheid hebben enkele leden van de Vereniging een kwalijke reputatie en een bedenkelijke moraliteit. Nu stellen zij alles in het werk, teneinde zelf hun veroordeling te ontsnappen’.
Ik neem deze woorden tot de mijne. Dergelijke methodes worden, mijns inziens, ook in België toegepast. Als duidelijk blijkt dat misbruik wordt gemaakt van de lichtgelovigheid, meer nog van de publieke, ja zelfs van de politieke opinie om eigen belangen na te streven, moeten we daaraan paal en perk durven stellen. »
Dat verklaart waarom de zwaar zieke Marcel Vervloesem die intussen bijna 1,5 jaar gevangenis achter de rug heeft (waarvan 50 dagen in de isoleercel en 591 uren vastgeketend aan zijn ziekenhuisbed), niet in aanmerking komt voor een vrijlating om gezondheidsredenen en zelfs geen recht heeft op een penitentiair verlof.
Gevangenisdirecteur Eric Geudens (die geen directeur maar slechts een attaché is) schreef in zijn negatieve advies van 28.11.2009 omtrent de vraag om voorwaardelijke vrijlating van Marcel Vervloesem dat door de strafuitvoeringsrechtbank ongetwijfeld zal worden bevestigd:
« Het risico dat hij zijn slachtoffers zou verontrusten is kleiner wanneer hij terecht zou kunnen bij mevrouw de Croÿ. Toch blijft daar ook het risico bestaan dat hij door het bespelen van de media en de betrokkenheid bij de organisaties rond pedofilie, de slachtoffers zou verontrusten.
Er is een ernstige risico op het verontrusten van de slachtoffers ofwel door zijn woonstreclassering in de regio ofwel door zijn betrokkenheid bij verenigingen tegen pedofilie die gretig gebruik maken van de media. »